Energy-UPdate – ‘Lauwtenet heeft de toekomst’

Jeroen Roos EnergyUp

Om warmtenetten te verduurzamen moeten we overstappen op een lagere aanvoertemperatuur dan tot nog toe gebruikelijk in warmtenetten. Wel is het zaak om dan eerst bestaande woningen en gebouwen goed te isoleren en liefst ook ventilatiewarmte terug te winnen, zegt adviseur Jeroen Roos.

Jeroen Roos is adviseur duurzame energie. Na zijn studie elektrotechniek aan de TU Eindhoven werkte hij tien jaar bij CE Delft als adviseur. Daarna ging hij aan de slag bij zonneprojectontwikkelaar Ekomation en bij BuildDesk als senior adviseur. In 2012 begon hij voor zichzelf bij Infinitus, een adviesbureau voor grotere projecten rondom energiebesparing en duurzame energie. Infinitus is een netwerkorganisatie met vijf adviseurs waaronder Roos. De laatste tijd richt hij zich op duurzame warmte. Hij verkent de opties en vertaalt dit in business cases voor projecten.

“Ik hou me bezig met de hele keten, van idee tot gerealiseerd project,” zegt Roos. Voor Stroomversnelling heeft hij gewerkt aan de NOM Warmte, een voorstel om het gebruik van duurzame warmte in de bestaande bouw te stimuleren. “Dit voorstel bestaat al een paar jaar, maar is  nog niet gaan ‘vliegen’. Doel is nu om te werken aan de randvoorwaarden, om ervoor te zorgen dat het aantrekkelijk wordt om energieneutrale woningen te voorzien van duurzame warmte vanuit een warmtenet. Warmtenetten zijn daarmee een van de opties voor de energietransitie.”

Op dit moment zijn circa vijf procent van alle woningen in Nederland aangesloten op een warmtenet. Hoe hoog moet dit worden in 2050?

“Dat hangt af aan wie je het vraagt. Warmteleveranciers zoals Eneco of Nuon willen de helft van alle woningen aansluiten op een warmtenet. Dat vind ik behoorlijk ambitieus. Ik denk dat we op een kwart blijven steken, al betekent dat nog steeds een enorme uitbreiding. Er zijn ook andere, individuele oplossingen zoals warmtepompen, die in feite concurreren met warmtenetten. Warmtenetten komen vaak pas om de hoek kijken als individuele oplossingen te grote beperkingen hebben. Toch zullen ook warmtenetten nodig hebben om te verduurzamen. Dat betekent een hoop werk.”

Wat is het voordeel van warmtenetten?

“Er is in veel gebieden een overschot aan warmte. Met warmtenetten kunnen we deze restwarmte benutten voor de gebouwde omgeving, door de warmte te transporteren van de bron naar de gebruiker. Daarnaast zit er warmte in de grond, dan praat je over geothermie en bodemenergie. Ook die warmte is alleen te benutten met warmtenetten. We kunnen dus overtollige warmte als basis gebruiken voor verwarming van woningen en gebouwen. Daarmee besparen we energie en kunnen we onze CO2-uitstoot al een stuk verminderen.”

Is er ook een nadeel aan warmtenetten?

“Ja. De huidige warmtenetten zijn nog niet duurzaam, omdat ze worden voorzien van warmte afkomstig van elektriciteitscentrales op kolen of gas en van afvalverbrandingsinstallaties. Om te voorkomen dat we voortbouwen op deze warmtenetten moeten we zeker bij nieuwe netten overgaan op lage temperatuur-warmte, die kan worden geleverd door duurzame bronnen zoals datacenters. Geothermische bronnen op een diepte van 2 kilometer kunnen warmte leveren met een temperatuur van 70 tot 75 graden Celsius. Dat is te laag voor een conventioneel warmtenet.”

Dan boor je toch wat dieper?

“Dat kan, maar dan wordt de winbaarheid van de warmte onzekerder en daardoor duurder. Die combinatie is niet handig voor exploitatie. Biomassa zou als bron ook mogelijk zijn, maar daarover is voortdurend discussie. Biomassa is beperkt voorradig en kent een aantal milieunadelen. Warmtepompen zijn ook een optie om de warmte van te koele bronnen te verwarmentot conventionele temperaturen in een warmtenet. Dat kan ook duurzaam, maar dan heb je meer duurzame energie nodig voor warmte, en dat is niet efficiënt.”

Stroomversnelling stelt voor om de aanvoertemperatuur van nieuwe warmtenetten te verlagen. Waarom?

“Als we overstappen op lagere temperatuur maken we het warmtenet optimaal geschikt voor duurzame bronnen. Dat kan bij nieuwe warmtenetten bij een nieuwe wijk, maar ook bij uitbreidingen van een bestaand warmtenet. Voorwaarde is wel dat we de woningen eerst goed isoleren, waardoor we de warmtevraag verlagen. Maar het uiteindelijke effect is heel groot, omdat we diverse kleinere bronnen kunnen gebruiken die anders onbenut blijven. Nu wordt restwarmte weggekoeld naar oppervlaktewater of weggeblazen. Als we dat direct gebruiken hebben we al CO2-neutrale warmte.”

Hoe warm moet duurzame warmte zijn? Bestaat er een ondergrens?

“Eigenlijk niet. Met warmtepompen kunnen we de temperatuur aanpassen aan de vraag bij de klanten. Voor water van 50 graden Celsius in huis kunnen we al uit de voeten met een bron van 20 graden. Dan praten we over een ‘lauwtenet’, zoals in Aalsmeer binnenkort in gebruik wordt genomen. Daar wordt afvalwarmte van een datacenter benut voor verwarming van onder andere een zwembad, dat de warmte met warmtepompen opwaardeert tot 40 tot 45 graden. Dat warmtenet wordt dit jaar in de tweede helft van september in bedrijf gesteld en op 10 oktober officieel geopend.”

Waar ligt de uitdaging voor duurzame warmte?

“De uitdaging ligt vooral bij de bestaande bouw. Nieuwbouw is al energiezuinig vanwege de scherpe normen. Daar is de totale warmtevraag zo laag dat het niet rendabel is om nieuwbouw aan te sluiten op een warmtenet. Bij bestaande woningen is de warmtevraag echter nog groot. Daar is aansluiting op een warmtenet juist wel een optie, al moet dit niet klakkeloos gebeuren op een warmtenet met hoge temperatuur. Maar niet elk gebouw is geschikt voor een warmtenet op lage temperatuur. Om te voorkomen dat het binnen niet warm genoeg wordt zijn aanpassingen nodig aan het gebouw.”

Wat voor aanpassingen zijn er dan nodig?

“Er is een set aan maatregelen nodig. Ten eerste moet de installatie worden geoptimaliseerd. Dat betekent vaak waterzijdig inregelen. Ook moet de schil worden aangepast, met isolatie en moet de ventilatie worden verbeterd, liefst met warmteterugwinning. Dat brengt ook direct de piekvraag omlaag. Verder is een booster-warmtepomp voor tapwater nodig. Doel is om de capaciteit van het warmtenet zo laag mogelijk te houden. Dus er zijn investeringen nodig in de woningen en gebouwen voordat ze worden aangesloten op een lage temperatuur-warmtenet. Verlaging van de warmtevraag staat ook in het Klimaatakkoord. Eerst wilden de warmtebedrijven er niet aan, maar onder druk van andere partijen is deze afspraak er wel gekomen.”

Wie betaalt die investeringen?

“Met lage temperatuur is de productie van warmte goedkoper. Daardoor dalen de exploitatiekosten, maar stijgen de investeringskosten. De benodigde vraagverlaging zorgt voor een lagere warmterekening voor de gebruikers. Er is hier sprake van een split incentive, waar met name de woningcorporaties last van hebben. Gelukkig stimuleert de overheid steeds meer, zoals met het energiebespaarfonds voor VvE’s waardoor die meer opties hebben om geld te lenen. Dat scheelt. Ook stimuleert de overheid de benutting van restwarmte in de toekomst via de SDE++. Voor woningcorporaties is het van belang dat de overheid de energieprestatievergoeding (EPV) aanpast, zodat er meer woningen kunnen worden aangesloten op een warmtenet. Daarom pleit de Stroomversnelling ook voor aanpassing van de EPV.

Jeroen Roos houdt tijdens Energy-Up op 2 oktober een presentatie getiteld ‘Hoge impact met lage-temperatuur-warmtenetten’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *