Energy-UPdate – Plug and play voor NOM-renovaties: ‘Het kan allang’

Woningen snel en goedkoop renoveren tot nul-op-de-meter (NOM) is geen utopie meer. In Nederland bestaan al fabrieken voor NOM-renovatieproducten, maar de markt is nog erg afwachtend, zegt Jonathan Reitsma, programmamanager industrialisatie bij Stroomversnelling.

Niet alleen bewoners, ook bouwbedrijven en woningcorporaties moeten nog vertrouwen krijgen in technieken om woningen energieneutraal te maken. Dat vertelt Jonathan Reitsma in een telefonisch interview. Hij kan het weten, want hij is op zijn 21e begonnen als ondernemer in de bouw en vastgoedsector. De afgelopen vijf jaar raakte hij betrokken bij de energietransitie, toen hij zich bezig hield met renovaties naar nul-op-de-meter voor bouwbedrijf BAM. Nu helpt hij als zzp-er woningcorporaties, gemeenten en bouwbedrijven met de energietransitie. Sinds maart 2019 werkt hij bij Stroomversnelling als programmamanager industrialisatie.

Industrialisatie

Reitsma richt zich op de industrialisatie, waardoor meer woningen snel en goedkoop naar nul-op-de-meter worden gerenoveerd. Daarvoor is het nodig om fabrieksmatig  NOM-componenten te maken die eenvoudig en snel kunnen worden ingepast. Vooral voor de bestaande bouw is dit een uitdaging. “Nederland is gestart met industrieel geproduceerde componenten en tot nu toe zijn daarmee al 5500 woningen gemaakt.  Het is nu zaak om door te schakelen naar de volgende versnelling. De industrialisatie moet verder worden ontwikkeld. Dit mag in kleine stappen.”

Fabriekstour

Stroomversnelling is gestart met het organiseren van rondleidingen langs fabrieken waar NOM-componenten worden gemaakt. Reitsma tempert hooggespannen verwachtingen. “Verwacht niet alleen maar slimme robots, we zitten nog in een voorstadium,” zegt hij. Er zijn wel al fabrieken die componenten maken voor NOM-woningen, maar die zijn op één hand te tellen. “Die fabrieken zouden al blij zijn  als ze elk jaar duizend NOM-woningen opleveren. De uitdaging is om meer vertrouwen te krijgen in deze aanpak en hobbels weg te nemen, zoals de vaak nog onvoorspelbare trajecten. De vraag moet nu nog komen vanuit de woningcorporaties en later ook van particulieren. Een beter passend aanbod vanuit de leveranciers en bouwbedrijven is ook nodig. Er is nu nog teveel mismatch op diverse vlakken. Dit zit hem vooral in de beperkte flexibiliteit en ontbreken van maatwerkopties van de huidige concepten.”

Vegaburger

Vraagbundeling door woningcorporaties wordt nog regelmatig gezien als dé sleutel voor de doorontwikkeling van het aanbod. Reitsma begrijpt dit wel, maar legt toch de bal terug bij de aanbieders. “Kijk naar McDonalds, die eerst marktonderzoek doet en dan met een nieuwe vegaburger op de markt komt.  Zij vragen niet eerst de toezegging van duizend vegetariërs om een jaar lang maandelijks zo’n burger af te nemen.  Ook voor NOM-renovaties moet de markt de huidige producten doorontwikkelen. Dit vraagt lef, inventiviteit en ondernemerschap. In mijn gesprekken met corporaties merk ik een toenemende vraag naar dit soort producten, maar dan moeten er wel een aantal kleine aanpassingen worden doorgevoerd. Als de huidige partijen geen beweging meer maken staan er vanzelf nieuwe partijen op.” Reitsma is ervan overtuigd dat de vraag gaat toenemen.  

Massaproductie

Op Energy-Up houdt Reitsma een sessie over ‘maatwerk en massaproductie’. Die twee termen lijken in strijd met elkaar, maar volgens Reitsma zijn ze goed te verenigen, als er maar creatief wordt nagedacht. “Woningen zijn allemaal verschillend, waardoor het soms lastig is om de huidige NOM-concepten te laten passen. Daarom is het goed om concepten verder te ontwikkelen, die voor meer woningen passend kunnen worden gemaakt.” Een tweede hobbel is het behalen van de instemming van de huurder, zegt Reitsma. “Soms wordt huurder wel betrokken in een participatieronde, maar hij of zij krijgt daarna op geen enkele manier invloed op het eindresultaat. Dit kan dit resulteren in weerstand. Maatwerk is tot op zekere hoogte nodig om de instemming voor de renovatie te verkrijgen en te eindigen met een tevreden bewoner.”  

Aardgasvrije wijken

Reitsma signaleert bij sommige woningcorporaties twijfel over de te nemen stappen voor verduurzaming.  “Veel gemeenten zijn bezig om hun transitievisie voor warmte op wijkniveau vast te stellen. Deze plannen hebben consequenties voor de woningen van de corporatie in die wijken. Mijn advies is: Ga actief in gesprek met elkaar. Reduceer de opgave tot een aantal uitkomsten. Dit is nu al mogelijk. Maak plannen met de diverse uitkomsten in het achterhoofd. Het isoleren van woningen is altijd goed, onafhankelijk van welke uitkomst er op wijkniveau ook wordt gekozen.”  

Innovatiepijn

Sommige bedrijven hebben het ‘hoofd gestoten’ bij het industrieel renoveren, zegt Reitsma. “Het proces bestaat uit maken, leren en verbeteren, en niet elk project is een succes. Als de toegewijde teams die hieraan werken teveel wisselen van samenstelling gaan de geleerde lessen veelal verloren. Volgens Reitsma zijn er bedrijven die veel geld hebben bijgelegd op de eerste projecten. De kunst is om nu nog een kleine stap te doen waardoor uiteindelijk die investering toch kan worden verzilverd.”

Koplopers

Gelukkig zijn er ook marktpartijen die wel vertrouwen hebben in de energietransitie en bezig zijn met industrieel renoveren, zegt Reitsma. Hij noemt bedrijven als BAM Wonen, Renolution, Dijkstra Draisma, Era Contour, RC Panels, Smartpack (Hazenberg Bouw) en Van Wijnen. “Er is wel degelijk animo”, aldus Reitsma. Hij ziet dat sommige woningcorporaties ‘ontwijkend’ gedrag vertonen, terwijl hun input nodig is voor de juiste ‘product-markt-combinaties’. Als positief voorbeeld wijst hij naar de minder grote woningcorporaties, die vanuit het peloton naar voren zijn doorgeschoven tot koploper. “Koploper zijn is niet alleen meer besteed aan de grote woningcorporaties.  Vorig jaar was dit nog wel zo, maar ik constateer daar een verschuiving. Dus zo snel kan het gaan.”

Ontwikkeltafel

Tijdens Energy-Up houdt Reitsma een sessie, waarvoor hij met 25 corporaties heeft gesproken. “Ik heb enkele hobbels voor verduurzaming voorgelegd aan drie gemotiveerde marktpartijen met de vraag hoe ze deze denken op te lossen. Dat mogen ze uit de doeken doen in presentaties op de Energy-Up.” Ook zal er ruimte zijn voor vragen en discussie, meldt Reitsma. “Mijn bedoeling is om een ontwikkeltafel voor industrialisatie op te starten, een invulling van mijn programma om te werken aan oplossingen op dit terrein.”

Jonathan Reitsma houdt op Energy-Up de sessie ‘Maatwerk én massaproductie’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *