De circulaire economie en zijn invloed op de energietransitie

Bij het realiseren van een fossielvrije woonomgeving ligt momenteel de focus op het verlagen van de CO₂-impact in de gebruiksfase van een woning. Hier komt ongeveer 80% van de totale CO₂-uitstoot van de woning, tijdens zijn gehele levensduur, vandaan. Een logische prioritering dus. We moeten de andere 20% echter niet uit het oog verliezen. Hier komt circulaire economie om de hoek kijken. Het programma Integrale Aanpak van Stroomversnelling richt zich op de vraag: welke kansen (en bedreigingen) biedt circulaire economie bij het realiseren van de energietransitie?  

Circulaire economie en energietransitie raken elkaar

In het Klimaatakkoord is vastgelegd hoe Nederland toewerkt naar een CO₂-neutrale samenleving. Tegelijkertijd omschrijft het Rijksbrede programma Circulaire Economie de doelstelling voor een volledig circulair Nederland in 2050. Met daarbij de opgave om in 2030 al 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken. Waar de routekaart voor een CO₂-neutrale samenleving steeds duidelijker wordt, is de weg naar een circulair Nederland minder uitgetekend. Dit geldt ook voor circulaire bouw. Er zijn bijvoorbeeld nog geen nationale afspraken over wat we onder circulaire bouw verstaan. Ook is niet afgesproken hoe we de mate van circulariteit van een gebouw meten. En dat terwijl CO₂-uitstoot en circulaire ambities elkaar direct kunnen gaan raken, positief of negatief.

Circulaire bouweconomie en energietransitie zijn communicerende vaten

Een circulaire bouweconomie beschermt materiaalvoorraden en milieukwaliteit. Het zo hoogwaardig mogelijk (her)gebruiken van bestaande materialen staat centraal. Grondstoffen, materialen en producten bevinden zich niet meer in een lineair systeem, maar blijven in een gesloten kringloop. Afval wordt weer een grondstof. De waarde van materiaal blijft behouden én we zijn minder afhankelijk van schaarser wordende primaire grondstoffen. In een circulaire economie is ook alle energie hernieuwbaar.

Met de juiste inzet leidt de circulaire economie tot de vermindering van uitstoot van emissies. Zo omschreef het PBL: “De samenhang tussen beide ambities betekent dat de ene ambitie in potentie kan bijdragen aan de realisatie van de andere ambitie. Zo kan een deel van de broeikasgassen worden gereduceerd door de economie meer circulair te maken.” De circulaire bouweconomie en de energietransitie zijn daarmee in wezen communicerende vaten.

Bijtend beleid

“In de praktijk zien we dat gemeenten en woningcorporaties te maken hebben met beide ambities. Dit leidt tot onrust”, verteld Lisa van Welie, namens Stroomversnelling. Zij is Thematrekker Circulariteit binnen het programma Integrale Aanpak. “De opgave is groot en mensen weten vaak niet welke keuzes uiteindelijk het meest duurzaam zijn. Het is zeker geen onwil. Partijen zijn bezorgd dat een stapeling van eisen ook leidt tot een stapeling van kosten. De energietransitie en de circulaire economie vinden elkaar daarom nog maar weinig. Een gebouw is óf circulair óf energiebewust.”    

Ook het beleid biedt geen houvast bij het maken van deze keuzes. Van Welie: “Wetgeving rondom circulaire bouw is volop in ontwikkeling en de koppeling met energiebeleid lijkt te ontbreken. Sinds 2018 moet bij de aanvraag van een omgevingsvergunning een milieuprestatieberekening worden aangeleverd. De Milieuprestatie Gebouwen (MPG) gaat over de milieubelasting van materialen, daar waar  de Energieprestatie Gebouwen[1] (EPG) gaat over energie in de gebruiksfase.”  

Spanning tussen EPG en MPG

Het spanningsveld tussen de EPG en MPG is bijvoorbeeld voelbaar bij het toepassen van zonnepanelen. Meer zonnepanelen, goed voor de EPG score[2], resulteert in een slechtere MPG score. De MPG kwalificeert zonnepanelen zelfs als zeer milieubelastend. Van Welie: “Er wordt geen rekening gehouden met besparing in de toekomst en het lange termijn rendement, noch met de recyclebaarheid van de panelen. Als we niet oppassen dan kan bij de aanscherping van de MPG begin 2021 het nul-op-de-meter nieuwbouwconcept bijvoorbeeld in de knel komen doordat het aantal benodigde zonnepanelen hiervoor leidt tot een slechte MPG score, vertelt Van Welie. We moeten voorkomen dat focussen op slechts één van de ambities het uiteindelijke doel van een duurzame woonomgeving vertraagt.” Om stappen in de juiste richting te blijven zetten, kunnen de EPG en de MPG daarom niet langer los van elkaar ontwikkeld worden. 

Van Welie: “In ons programma Integrale Aanpak identificeren we de knelpunten tussen beide ambities. We bestuderen hoe die invloed hebben op het versnellen of vertragen van de gang naar een CO₂-neutrale samenleving. Op basis daarvan kunnen we toewerken naar het bieden van handelingsperspectief om deze knelpunten te mitigeren.”

Circulaire economie en kansen voor de energietransitie

Prestatiedenken zit in het DNA van Stroomversnelling. Van Welie: “Dit gedachtegoed proberen we ook binnen de circulaire bouweconomie te borgen. Dat doen we momenteel door mee te denken in het Actieteam Meten van circulariteit van Platform CB’23. We werken aan een nationale uniforme meetmethode voor de circulaire bouweconomie.”

“Daarnaast verkennen we binnen ons programma Integrale Aanpak de kansen die circulaire economie biedt door het kwantificeren van diens potentiële bijdrage aan de energietransitie”, aldus Van Welie. Samen met een afstudeerder van het masterprogramma Sustainable Business and Innovation wordt in kaart gebracht wat de impact tijdens de bouw van de huidige nul-op-de-meter renovatieconcepten is. “Denk daarbij aan CO₂-uitstoot veroorzaakt door de productie van materialen en vervoer. Of aan de impact op de bestaande materiaalvoorraden. Vervolgens kwantificeren we de potentiële milieu-impact van het toepassen van verschillende circulaire principes op deze concepten.”

Van Welie: “Deze aanpak geeft ons inzicht in de mogelijkheden om de CO2-uitstoot tijdens de bouw van het gebouw te minimaliseren. Mogelijk zelfs om kosten verder te reduceren. Om dit op te schalen is het van belang dat de milieuwaarde omgezet kan worden in economische waarde, net als bij de Nul-op-de-Meter concepten is aangetoond rond de energieprestatieverbetering.” 


[1] Vanaf 2021 wordt de rekenmethodiek van de EPG, de NEN7120, vervangen door de NTA8800.

[2] Nu wordt hiervoor de EPC gebruikt, vanaf wordt het positieve effect van PV-panelen zichtbaar in de BENG2 en BENG3 indicatoren; BENG staat voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *